Posts tonen met het label opgeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opgeven. Alle posts tonen

zondag 10 maart 2013

Tinten zwarter dan grijs

Nooit gedacht dat ik nog op skeelers zou staan. In 1996 hing ik de schaatsen aan de wilgen, nadat ik had gehoord dat ik zo goed als blind zou gaan worden. Op het ijs liepen toen de tranen over mijn wangen. Ik zou  het later niet meer kunnen en dan kon ik er beter nu maar mee stoppen. Ik dacht toen heel zwart/wit. Als ik mijn leven helemaal aanpas aan mijn visuele beperking, dan hoef ik daarna nooit meer iets in te leveren. Dus de schaatsen deed ik weg, evenals de fiets.

En dan vandaag dus, na 17 jaar, wel op de skeelers. Ze zelf kopen had ik niet snel gedaan. Maar als ik ze in mijn schoot geworpen krijg van mijn buurvrouw, dan kan ik het niet laten om ze toch eens uit te proberen. En het bleek enger dan gedacht. Ik voelde me een compleet wankele reus, die alle gevoel van balans en afstand kwijt was. Schaatsen verleert men niet, ik dus wel met slechter zicht.

Ter plekke bedacht ik een stappenplan om toch weer te leren schaatsen en daar ging ik als een grote meid van 36 jaar langs de zijmuur. Mijn hand langs de muur voor wat stabiliteit en houvast. Net zo lang heen en weer totdat ik me steeds meer steady voelde. Toonde ik wat meer lef, dan deed ik een halve pirouette en oefende ik met remmen. Wie niet waagt die niet wint… En eindelijk kwam daar die aloude schaatsbeweging. Hallo daar, jij was lang weggebleven.

Meteen ben ik onze oudste dochter Bente gaan verrassen bij haar vriendinnetjes. Haar mama - die zelden uit de band kan springen - op de skeelers! En dat gezichtje van haar was onbetaalbaar. Totaal verrast en wat wilde ze mij graag leren skeeleren. Aan de hand van mijn dochter (de omgekeerde wereld) gingen we saampjes de wijde wereld in. Die zorgzaamheid die Bente dan aan de dag legt. Mam, ik hou je vast. Mam, daar staat een paaltje. Vijf jaar oud, maar ze weet maar al te goed wat ik allemaal niet zie… Met de buurmeiden produceerde ze heerlijk wat lachsalvo’s toen ik ettelijke keren de modder indook. Maar eenmaal op het brede fietspad maakten we de fietstunnel onveilig en hadden we een heerlijke zondagmiddag.

Wat mij het meest bij blijft van vandaag is de speelsheid en de zorgeloosheid van het buitenspelen met mijn dochter. Ik voelde me als een kind zo vrij. Iets wat ik eigenlijk niet meer kon, heb ik toch gedaan. Is het roekeloos? Neem ik hiermee teveel risico? Vast.

Alleen ervaar ik de laatste jaren steeds vaker dat niet alles direct voorbij hoeft te zijn. Het leven is niet zwart/wit maar grijs (50 tinten?!). In bepaalde omstandigheden kan ik wel degelijk die skeelers pakken of zelfs de fiets. Wikkend en wegend weliswaar, onnadenkend kan niet meer. Hoe pak ik het aan? Welke routes kan ik wel of niet nemen? En onder welke weersomstandigheden kan ik het? Sterke vermoeidheid, fel zonlicht, regen, sneeuw, schemering, avond, onveilige fiets – en wandelroutes; dan pertinent niet. Maar kan het wel, dan is dat vrijheidsgevoel enorm.

Toch zal die lading er altijd blijven. Een weten dat die zogenaamd terugveroverde vrijheid op een dag ook weer voorbij zal zijn. Dan zal ik opnieuw de skeelers of de fiets inleveren. En dan wordt de wereld wel weer wat tinten zwarter dan grijs.

donderdag 17 januari 2013

De sterren van de hemel

Ik verlang ernaar om weer iets heel goed te kunnen of iets moois te bereiken. Om de sterren van de hemel te spelen, sporten, dansen, schrijven, werken. Mijn idealen te verwezenlijken. Me ergens in uit te leven en dan met volle tevredenheid weer terug te keren naar mijn gezin. Ik zou willen genieten van de sterren die ik van de hemel zou plukken.  Mijn huidige sterren zijn mijn kinderen en mijn man. Maar soms voelt het zo anders…

Ooit speelde ik op mijn 15e de sterren van de hemel met korfbal. Ik mocht als ukkie na de zomervakantie met het hoogste juniorenteam meespelen. Onwetende dat die zomer zich het drama voltrok. Mijn tunnelvisus vernauwde zich in recordtempo. Ik scoorde niet meer, en conditioneel leek het alsof ik steeds dieper door de modder aan het waden was. De lol ging er langzaamaan vanaf. Jaren later ontdekte ik mijn oogziekte en ik gaf het liefste wat ik deed met pijn in het hart op. Sindsdien heb ik terugkerende dromen dat ik de sterren van de hemel speel maar na 5 minuten al gewisseld moet worden. Omdat ik te weinig zie en helemaal uitgeput ben.

Met vallen en opstaan ontdek ik sinds mijn diagnose ook andere kwaliteit bij mijzelf. Mijn creativiteit, mijn pioniersdrang, mijn organisatietalent, mijn kwaliteiten als gezinsmanager en mijn schrijven. En er komt vast nog meer aan wat ik nog niet over mezelf ontdekt heb.

Maar ik word zo opgeslokt door de noden en behoeften van mijn kinderen. En de doofblindheid is afmattend en uitputtend. Altijd moet ik met mijn ogen en oren rekening houden in de keuze van mijn dagelijkse activiteiten. Er is weinig ruimte voor iets anders. Ik vlieg tegen de muren op!

Een kikkertje op de rand van de emmer
ik voel me dat kikkertje in de emmer dat er niet uit kan. Bij iedere poging om eruit te breken val ik weer terug in die verrekte emmer. Die emmer zegt voor mij: “Terug in je hok. Houd jezelf maar bij luiers verschonen, met de kids spelen, poetsen, opruimen, boodschapjes doen en kinderen brengen/halen. Je hebt geen vrije keus. Oefen jezelf in volledige nederigheid. Schik je in je rol die je nu hebt. Offer je zelf op. Je bent een doofblinde moeder. Meer kun je niet aan. Leer er maar tevreden mee zijn. Dit is je eenvoudige leven, een goed leven.”

NEE! Schreeuw ik dan van binnen. Ik wil dromen hebben. Ik wil ergens naar toe leven, los van de kinderen. Ook al houd ik zielsveel van hen. Ik wil alles! Ik wil de sterren van de hemel! Ik wil die sterren uit de hemel plukken, ook al kan ik ze – behalve de poolster - niet meer zien. Die sterren zitten in mijn hoofd en mijn hart en ze barsten eruit.