donderdag 20 juni 2013

Geleende tijd

Ken je dat? Je ontvangt een prachtig cadeau, waar je heel blij mee bent. Het cadeau geeft je comfort, gemak en luxe. Met het cadeau kun je de wijde wereld in en nieuwe werelden verkennen. Maar het cadeau is onvervangbaar. Zo kostbaar dat je je verantwoordelijk voelt om deze gift niet te verspillen. Want je weet dat je het ooit weer kwijt zult raken. 

En dan komt er een moment dat jouw kostbare cadeau een ding is geworden. Gedegenereerd tot een alledaags voorwerp. Je bent vergeten dat het ding jou gemak, comfort en luxe heeft gegeven. Je realiseert je bij vlagen dat dat ding dat nog steeds elke dag doet. Maar je bent verwend. En wat voor jou een kostbaar geschenk was, is voor anderen een o zo gewoon ding. De tand des tijds vreet aan je cadeau. Het ding wordt sleets van het vele gebruik. 

En je wist dat het moment komen zou, maar toch is het onverwachts daar. Je raakt je ding kwijt en je raakt in paniek. Dan wordt je ding weer een cadeau. Je verlangt terug naar het cadeau wat je niet meer in handen hebt. Dat komt nooit meer terug. Want onvervangbaar. En natuurlijk gaan niet alle cadeaus een heel leven mee. Dat wist je van tevoren. Het was maar geleende tijd. 

Ik ga niet dood. Ik heb geen levensbedreigende ziekte. Maar voor mij zijn mijn nieuwe ogen mijn geleende tijd. Tijdelijk heb ik meer zicht tot mijn oogziekte ook dat weer van mij af gaat nemen. Ik realiseer mij al te goed dat ik momenten zal hebben dat ik mijn gewonnen comfort uit het oog ga verliezen. Dat ik er niet elke dag bij stil zal staan hoe kostbaar mijn cadeau is. Want ik leef mijn leven. 

Mijn voornemen is dat ik mijn geleende tijd niet ga verspillen. Mijn tijd wil ik bewust gekozen besteden. Nu nog bedenken hoe. 


zondag 5 mei 2013

Heerlijk Helder Zicht

Het is Heerlijk Helder Zicht geworden. De wereld is letterlijk voor mij open gegaan. Met het zonnige weer buiten zie ik alle details veel helderder dan voorheen. De glinstering van de zon op de jonge groene blaadjes in het bos. Verderop de vogeltjes in het polderwater. De vieze maar blije snoetjes van de kinderen bij het avondeten in de tuin. Ik was haast vergeten hoe helder je zicht kan zijn. Zag ik hier nu zo tegenop met de staaroperatie?

Ik zag tegen deze ingreep op vanwege een cocktail aan narcose, operatierisico's, de honger voor het nuchter zijn, het gepiel aan mijn ogen wat mijn grootste angst voor blindheid alleen nog maar aanwakkert en het oogdruppelen achteraf. En dan nog DE TWEEDE RONDE, de TWEEDE RONDE, om met meneer Cactus te spreken. 

Nu heb ik de eerste horde genomen. Ik heb er ontberingen voor geleden, want ik was als laatste van de dag aan de beurt. Dat wil zeggen: ik zat om 15.30 uur te bibberen van de kou, want ik kreeg mijn kacheltje niet meer aan door de honger. Er werden 2 warme dekens aangerukt. Evenals een kan heet water voor het opwarmen van mijn andere hand na een mislukte poging een ader te prikken voor het infuus. Die kan had ik het liefst aan mijn lippen gezet,  zo'n dorst had ik.

Op de operatiekamer zelf kreeg ik een geduchte les in overgave. Ik mocht mezelf in slaap ademen. En ik dacht maar aan Klaas Vaak en onze Bente die twee weken terug voor buisjes onder zeil ging. Zij mocht een feestje maken met een ballon opblazen, maar ik moest de feestballon maar zelf even erbij fantaseren.

Maar wat was ik blij met die overgave aan het 'slaapzand', want ik had er niet aan moeten denken de operatie bij volle bewustzijn mee te maken. De staar wordt als standaardingreep onder plaatselijke verdoving gedaan. Deze alternatieve cocktail van flauwvallen van angst, omdat ze aan mijn laatste restje zicht komen, gespannen stil liggen, niet naar de mond mogen draaien voor spraakafzien - wat ik altijd zonder nadenken doe - mocht aan mij voorbijgaan. Voor mijn eigen veiligheid, dank u, amen. 

Bij het wakker worden was het een aangename verrassing dat ik mijn hoortoestellen al in had. Ik laat tegenwoordig levensgroot op mijn voorhoofd, nee, de dossiers van mezelf en de kinderen DOOFBLIND schrijven. Want niets is fijner, dan als ze rekening houden met je communicatieve beperking als je voor jezelf of je kind in het ziekenhuis bent. Al is mijn ervaring dat je letterlijk moet uittekenen wat er kan gebeuren als ik geen hoortoestellen in zou hebben, de uitleg over de behandeling van mijn kind niet meekrijg of als er plotseling een noodsituatie optreedt. 

Ik kon vragen om warme dekens, water (zucht... geduld), eten (zucht... geduld). Je wordt wakker in dezelfde toestand, als waarin je de narcose inging. Ik werd compleet chagrijnig, wat pas over ging toen ik bij gratie Gods een beschuitje mocht eten. Mijn kacheltje raakte zelfs een beetje oververhit van het eten. Er was even angst voor koorts, niet dus.

Na een nachtje als piraat slapen bij mijn ouders mocht bij de oogarts eindelijk mijn ooglapje eraf. En echt, daar mag best een Heineken biertje tegenover staan. Wat een Heerlijk Helder Zicht. Ik zag bij de controle al 60% en de komende dagen zal dat nog wel verbeteren, is de verwachting. De operatie is ongecompliceerd verlopen en mijn oog houdt zich rustig. En we houden ons maar netjes aan het druppelschema. 

Advertentie Heerlijk. Helder. Ziend.
Al met al ben ik nu al blij met het resultaat van de eerste ingreep. Ik kan niet wachten tot ik mijn tweede biertje mag gaan nemen. Dat Heerlijk Heldere biertje weegt wel op tegen de cocktail van een angst inboezemende staaroperatie met risico's en ontberingen. Proost! Sante! 










woensdag 1 mei 2013

Zien door de mist

De laatste jaren is het sluipend gegaan. Langzaamaan zag ik steeds meer in een mist. Vroeger had ik er prachtige, romantische en mysterieuze beelden bij van mooie vergezichten in een Iers landschap. Alsof er achter die sluiers van mist een adembenemend vergezicht verscholen zou zitten. Als de zon door zou komen, is het uitzicht zo mooi dat je bijna vergeet adem te halen? De keerzijde is dat de mist ook de minder fraaie uitzichten verhult en zelfs gevaarlijk kan uitpakken.

Een vergelijkbaar spanningsveld ervaar ik nu met mijn beslissing om mijn beide ogen te laten opereren aan staar. Mijn gezichtsveld is heel klein met 5 graden. Normaal ziet men 180 graden. En mijn gezichtsscherpte is in enkele jaren tijd van 80% gedaald naar 50 tot 65 % procent. Alle voors en tegens zijn voorbijgekomen. Wanneer zie ik slecht genoeg om mijn ogen te laten opereren? Moet ik een paar jaar langer in de vertroebeling leven, totdat ik mezelf niet meer kan redden met loep en andere hulpmiddelen? Met serieuze hoofdpijnen op zonnige dagen? En totdat mijn gezichtsveld zo goed als verdwijnt?

Of neem ik de gok en doe ik de operatie nu en win ik een paar jaar helderder zicht? Met het kleine maar aanwezige risico dat mijn netvlies negatief reageert en ik al eerder weinig tot niets meer zal gaan zien. En dat ik sowieso nu al permanent aan een leesbril moet, omdat het oog dan niet meer kan schakelen tussen verzien en dichtbij zien. En met dit soort keuzes is het vaak zo: pas achteraf zal ik weten of ik er goed aan heb gedaan of niet.

Na jaren van wikken en wegen heb ik de knoop doorgehakt en zet ik nu in op een paar jaar extra helder zicht. Voor zolang als het duurt. Want de realist in mij weet dat mijn oogaandoening voort zal schrijden en ook mijn centrale deel van de tunnel uiteindelijk zal opgaan in de mist.
Wat voor mij sterk mee heeft gewogen is de wens om van deze jaren met ons jonge gezin meer te gaan genieten. Daarbij wil ik graag heldere herinneringen hebben aan de gezichtjes van onze kinderen en ok aan onze belevenissen met hen. Een andere wens van mij is dat ik minder in de overlevingsstand wil staan. Ik wil meer genieten van al het moois wat er is. Laatst had ik een helder moment onder de douche en ik dacht of hoorde een stem zeggen: " Het is er al." Soms zit de mist ook in mijn hoofd en niet alleen voor mijn ogen. En dat relativeert de hele boel dan ook wel weer.

De komende dagen en weken wordt het spannend of de mist voor mijn ogen zal gaan optrekken. Eerst is het linkeroog aan de beurt, later het rechteroog. Krijg ik mijn felbegeerde adembenemende vergezichten met een helder kleurpalet?

donderdag 25 april 2013

Door de regen en de wind…



(…) Door de regen en de wind
Zal ik naast je blijven staan (…)

Dit dramatische melodietje wil niet meer uit mijn hoofd. Vanmorgen vroeg bij het ontbijt betrapte ik mezelf op het neuriën van dit gewraakte Koningslied. En andere liedjes zingen helpt ook niet. Niets helpt. Dan maar positief insteken en bekijken wie of wat naast me blijft staan door de regen en de wind.

Dat was eerst mijn geleidehond Carlijn. Een prachtige stoere kruising Duitse Herder en Labrador. Door KNGF Geleidehonden werd Carlijn omschreven als de bitch van de kennel. Zij zou de perfecte match voor mij zijn. Nooit geweten dat ik als een bitch werd gezien.
Geleidehond Carlijn en ik (2005)
Maar inderdaad, ze bleef mij 7,5 jaar lang bijstaan als geleidehond. Waarheen ik ook ging. En was ik alles even zat, dan maakten we samen urenlang omzwervingen door de Haagse bossen en duinen. Nu is Carlijn al jaren met pensioen en heeft een goed onderkomen bij haar nieuwe baasje Niels. Nu maken zij de nodige omzwervingen. Alleen – heel ironisch – blijkt Carlijn nu volledig doof te zijn en ziet ook nog eens slechter door staar. Carlijn is nu net als ik doofblind. Zo baas, zo hond? Dat is toch wel heel verdrietig.
Nu ik iets meer rust en tijd heb, sta ik meer stijl bij wat Carlijn voor mij betekend heeft. Ik mis haar gezelschap, haar blijdschap als we weer op pad gingen en dat ze er altijd stond als geleidehond. Ik kwam overal met haar. Nu met 4 jonge kinderen is een geleidehond geen optie, want de looptempo’s van de hond, mijzelf en de kinderen matchen niet goed. Dat zou alleen maar tot frustraties leiden.

Voor even ben ik nu verslingerd aan onze blitse, KNALRODE bolderkar van Walking Wagon. Een stoere wagen, met all terrain wielen, een huif tegen de regen en de wind, licht in gewicht en met een ideale trekstang. De kinderen passen er allen in en de jongste kinderen zitten vast in de gordels. Geen looproute is te moeilijk. Alleen dijk op of brug op voel ik dat ik 80 kilo lading aan de haak heb.  Geen mens kan ons over het hoofd zien. En ik heb zelfs nog een hand vrij voor het lopen met de taststok, wanneer dat nodig is. 

 
Onze kids in de bolderkar (juni 2012)


Door de regen en de wind loop ik naar school en weer terug. Of een route zoals gisteren naar een kinderfeestje 1,5 km. verderop, via de apotheek naar de winkels en de bieb en met de tram weer terug. Geleidehond Carlijn draaide haar hand hier ook niet voor om en ik kwam met haar veel minder moe thuis. Nu doe ik dit met mijn tijdelijke hulphond die ik nu toch maar eens een naam moet geven. Ruby of zo. Maar… mijn stoere Ruby kan niet tippen aan Carlijn. Op een dag zijn de kindjes groot en dan is het weg met Ruby de bolderkar en hallo nieuwe geleidehond…

zaterdag 20 april 2013

Leren wapperen voor Lara



In contact met deelgenoten leerde ik het wapperen kennen. Wapperen, een vrolijke benaming voor gebaren. Een wereld ging voor mij open, want gebarentaal blijkt voor mij een uitkomst in situaties waarin ik mijn hoortoestellen niet kan dragen. Met de geboorte van onze slechthorende Lara werd het ook een must om te leren wapperen. Alleen, voor mij is gebaren met mijn kind een vermoeiend gevecht, omdat ik die gebaren niet altijd en in alle situaties goed kan zien. 

In mijn vroegere werk voor DoofBlinden Netwerk kwam ik voor het eerst in contact met deelgenoten die doof zijn. Zij hebben eveneens het syndroom van Usher, alleen een ander type. Mijn generatie slechthorende en dove doofblinde mensen groeide op zonder gebarentaal. We moesten leren communiceren als de horende mens. Op mijn speciale school werd er geen gebarentaal als ondersteuning gegeven. Van de zotte vind ik dat, want daarmee onthoud je deze kinderen een echte taal zodat je ook andere talen makkelijker kunt leren. Een revaliderend persoon die opnieuw moet leren lopen onthoud je toch ook geen krukken?

Anyway, gebarentaal is een taal met haar eigen grammatica en regels. ‘Ik ga naar huis’ gebaar je dan als: ‘Ik huis toe’. Of als je iemand om de bal vraagt, maak je eerst een verzoekgebaar, dan gebaar je ‘bal’, die je vervolgens van die ander naar jezelf toe beweegt. De volgorde van de gebaren maakt dat je al snel begrijpt wat de vraag of boodschap is.
 
Dezelfde handvorm kan totaal iets anders betekenen, als je de hand anders positioneert, anders plaatst in de ruimte of er een beweging mee maakt. Een C-hand kan bijvoorbeeld beker, drinken of appel betekenen. En dan is het ook nog eens belangrijk dat je goed naar het mondbeeld kijkt. Chocola (mijn favoriet!) en bruin hebben namelijk bijna hetzelfde gebaar. Intrigerend vind ik dat. 
 
Met minieme veranderingen in de gebaren geef je net weer een andere betekenis aan je boodschap. Tijdens het leren van de gebarentaal werd ik me opnieuw bewust van de communicatie tussen zender en de ontvanger en de vele ruis die er tussen kan zitten. Als je je boodschap niet volgens de regels van de taal uitzendt, in deze met een hoop mimiek en expressie erbij, kan de ander je totaal verkeerd begrijpen. Je kan moeilijk gebaren dat je morgen een feestje hebt, terwijl je een strak effen gezicht hebt. Heel incongruent, tenzij je helemaal niet van feestjes houdt of liever wat anders wilde gaan doen. Je hele lijf doet mee in de communicatie.

Mijn beperkte gezichtsveld is een behoorlijke stoorzender op de zender-ontvangerlijn. De gebaren vallen snel buiten mijn blikveld. Als ik naar de handen kijk, kan ik het mondbeeld weer niet aflezen. Ook al worden de gebaren – anders dan normaal – vlakbij het gezicht gemaakt. Doofblinde mensen gebruiken daarom - naarmate ze slechter gaan zien - meer en meer vierhandengebaren. Dat is een afgeleide vorm van gebarentaal, waarbij mensen elkaars handen vasthouden of aftasten om de gebaren waar te nemen. Om zodoende te kunnen communiceren in het donker of bij slechte verlichtingsomstandigheden. Later zal de communicatie niet verder gaan reiken dan deze vier handen.

Als beginner in de gebarentaal ondervond ik al snel dat ik wel wat gemist heb in mijn jeugd. In moeilijke hoorsituaties als in het zwembad, of onder de douche, met veel omgevingslawaai of bij het slapen gaan had ik wel makkelijker over willen schakelen naar het wapperen. In die situaties was ik veel stiller dan ik gewoonlijk ben.

Met de geboorte van onze Lara, die ook Usher heeft, is het een must geworden om te gebaren. Achteraf maar goed ook, omdat Lara een half jaar praktisch doof is geweest door vochtproblemen en slecht functionerende hoortoestellen. Zonder gebarentaal was Lara’s taalachterstand wel heel fors geweest.  Maar voor mij was het een dagelijks gevecht om met Lara te communiceren. Ik communiceer bij voorkeur liever minder visueel, omdat dat mij teveel energie kost. Ik vang de gebaren van mijn kind niet snel op als ze buiten mijn blikveld vallen. En ook had Lara nog rudimentaire gebaren. Ze waren nog niet geperfectioneerd, zodat ik niet altijd begreep wat ze bedoelde. Ook vermoeiend was het dat nog 3 andere kinderen om aandacht vroegen, zodat mijn ogen sterretjes zagen.

Het aanbod van het Taallokaal, een speciale peuterspeelzaal van Kentalis, voor Lara was dan ook heel welkom. Elke woensdagochtend krijgt Lara met andere slechthorende peuters een taalbad en haar taalontwikkeling gaat nu met sprongen vooruit. Lara bloeit op, krijgt een steeds grotere woordenschat en praat zelfs duidelijker dan haar tweelingbroertje Benjamin.

Wapperen doen we nu vooral in situaties waarin het verstaan lastig wordt of wanneer er nieuwe woorden worden gebruikt. Wapperen is – dankzij mijn deelgenoten en de komst van Lara – een verrijking geworden. Zonder wapperen zouden Lara en ik pas echt doof zijn! En een voordeel: nu kunnen we zelfs praten op grote afstand van elkaar of door de ruiten heen en dat kunnen anderen weer niet…

zondag 24 maart 2013

Voorjaarskriebels

Het was me een wintertje wel met de zorg voor ons grote gezin in de donkere koude dagen. Wat mij het dan meest frustreert in zo’n winter of eigenlijk het hele jaar door is het gebrek aan ruimte en vrije tijd voor mezelf. Even los van het gezin. Meer dan alleen mama zijn. Mijn toekomstperspectief maar ook mijn levenslust dwingen mij om telkens bewust stil te staan bij wat ik met mijn resterende tijd, waarin ik nog wel iets kan zien, ga doen. En in het voorjaar kriebelt dat bij mij het meest.

Enige tijd geleden blogde ik over mijn herkenning in ‘het meisje zonder plan’ (zie blog 11). En ze zeggen: bewustwording is al het halve werk. Inderdaad, voor het eerst van mijn leven heb ik een plan. Een plan om meer in balans te komen als Maartje en als mama. Voor de duur van anderhalf jaar, totdat de tweeling naar school gaat en er nog 1 thuis zal zijn. Verder vooruit durf ik nog niet te kijken.

Wat ik niet wil is  dat ik mezelf ga verliezen in de slopende baan van het doofblinde moederschap. Een baan waarbij er niets meer van mezelf over kan blijven als ik niet heel goed voor mezelf ga zorgen. Ondergedompeld in de leefwereld van het grote gezin zijn mijn gedachten pas in de stilte van de avond weer van mezelf. En juist dan kan de vermoeidheid mij overvallen als een grote domper op alle creatieve ideeën die ik had willen uitvoeren.

Dus vraag 1) Hoe houd ik meer energie over voor vrijetijdsbesteding in de avonduren? In ieder geval back to basic met een gezonder eet- en leefpatroon met weinig tot geen tussendoortjes, meer sporten en vroeger slapen. Dus blogs schrijven tot diep in de nacht is passé. Verder doet massagetherapie wonderen voor het wegmasseren van mijn spierpijnen en emotionele rotzooi. En ook gesprekken met en zonder partner met het maatschappelijk werk zijn goud voor een betere balans voor mezelf en het gezin.

En vraag 2: wat ga ik dan doen in mijn veroverde schaarse vrije uurtjes? Als men niet zoekt, zult ge het vinden. Juist, op zoek naar tweedehands spullen op Marktplaats, stuitte ik op een betaalbaar tuinhuisje. Snel de deal gemaakt en pas toen begon het te borrelen. Ik durfde te dromen van het oppakken van vroegere hobby’s zoals oude meubeltjes opknappen en beeldhouwen in speksteen en hardsteen. Als het tuinhuis nu mijn werkatelier zou worden, afgesloten van kinderhandjes en kinderstemmetjes? Dan zou ik mijn werk kunnen laten liggen en weer oppakken wanneer ik kan in de vrije uurtjes.



En met Pasen is het zover! Dan gaan wij het tuinhuisje overplaatsen naar onze achtertuin. De eerste opknappertjes wachten al om onderhanden te worden genomen. Een zwarte schommelstoel die al 5 jaar wacht op zijn witroze laklaag voor de meidenkamer. Een oude wijven secretaire die vraagt om te worden gepimpt. En de praktische, pas aangeschafte, kinderbank voor aan de eettafel zal weer gaan glanzen.

En weer valt het mij op hoe fijn het is als je iets hebt om van te dromen en naar uit te kijken. Ik vind dat doodeng, want ik denk dan altijd dat er vast iets mis zal gaan of dat er een kink in de kabel komt. Of dat ik ineens een stuk slechter ga zien, zodat ik dat ook al niet meer kan doen.
Maar hé, het is voorjaar en het kriebelt en het borrelt… En dromen zijn er om bewaarheid te worden. Mijn ideale verf voor het tuinhuis heb ik in ieder geval al gespot bij Moose Färg. Ik verkeer straks in Zweedse sferen in mijn werkatelier. Wat zal ik kiezen: Falu Röd of Skiffer
Grå met Norrland Vit?

zondag 10 maart 2013

Tinten zwarter dan grijs

Nooit gedacht dat ik nog op skeelers zou staan. In 1996 hing ik de schaatsen aan de wilgen, nadat ik had gehoord dat ik zo goed als blind zou gaan worden. Op het ijs liepen toen de tranen over mijn wangen. Ik zou  het later niet meer kunnen en dan kon ik er beter nu maar mee stoppen. Ik dacht toen heel zwart/wit. Als ik mijn leven helemaal aanpas aan mijn visuele beperking, dan hoef ik daarna nooit meer iets in te leveren. Dus de schaatsen deed ik weg, evenals de fiets.

En dan vandaag dus, na 17 jaar, wel op de skeelers. Ze zelf kopen had ik niet snel gedaan. Maar als ik ze in mijn schoot geworpen krijg van mijn buurvrouw, dan kan ik het niet laten om ze toch eens uit te proberen. En het bleek enger dan gedacht. Ik voelde me een compleet wankele reus, die alle gevoel van balans en afstand kwijt was. Schaatsen verleert men niet, ik dus wel met slechter zicht.

Ter plekke bedacht ik een stappenplan om toch weer te leren schaatsen en daar ging ik als een grote meid van 36 jaar langs de zijmuur. Mijn hand langs de muur voor wat stabiliteit en houvast. Net zo lang heen en weer totdat ik me steeds meer steady voelde. Toonde ik wat meer lef, dan deed ik een halve pirouette en oefende ik met remmen. Wie niet waagt die niet wint… En eindelijk kwam daar die aloude schaatsbeweging. Hallo daar, jij was lang weggebleven.

Meteen ben ik onze oudste dochter Bente gaan verrassen bij haar vriendinnetjes. Haar mama - die zelden uit de band kan springen - op de skeelers! En dat gezichtje van haar was onbetaalbaar. Totaal verrast en wat wilde ze mij graag leren skeeleren. Aan de hand van mijn dochter (de omgekeerde wereld) gingen we saampjes de wijde wereld in. Die zorgzaamheid die Bente dan aan de dag legt. Mam, ik hou je vast. Mam, daar staat een paaltje. Vijf jaar oud, maar ze weet maar al te goed wat ik allemaal niet zie… Met de buurmeiden produceerde ze heerlijk wat lachsalvo’s toen ik ettelijke keren de modder indook. Maar eenmaal op het brede fietspad maakten we de fietstunnel onveilig en hadden we een heerlijke zondagmiddag.

Wat mij het meest bij blijft van vandaag is de speelsheid en de zorgeloosheid van het buitenspelen met mijn dochter. Ik voelde me als een kind zo vrij. Iets wat ik eigenlijk niet meer kon, heb ik toch gedaan. Is het roekeloos? Neem ik hiermee teveel risico? Vast.

Alleen ervaar ik de laatste jaren steeds vaker dat niet alles direct voorbij hoeft te zijn. Het leven is niet zwart/wit maar grijs (50 tinten?!). In bepaalde omstandigheden kan ik wel degelijk die skeelers pakken of zelfs de fiets. Wikkend en wegend weliswaar, onnadenkend kan niet meer. Hoe pak ik het aan? Welke routes kan ik wel of niet nemen? En onder welke weersomstandigheden kan ik het? Sterke vermoeidheid, fel zonlicht, regen, sneeuw, schemering, avond, onveilige fiets – en wandelroutes; dan pertinent niet. Maar kan het wel, dan is dat vrijheidsgevoel enorm.

Toch zal die lading er altijd blijven. Een weten dat die zogenaamd terugveroverde vrijheid op een dag ook weer voorbij zal zijn. Dan zal ik opnieuw de skeelers of de fiets inleveren. En dan wordt de wereld wel weer wat tinten zwarter dan grijs.